Programmalijn 3

PROGRAMMALIJN 3, een update

Projectleider programmalijn 3, Renske Hoogeveen, geeft een toelichting op het programma en een update van de tot nu toe bereikte resultaten.

Thuis en school zijn essentieel voor de ontwikkeling van een kind. Zijn er op het ene gebied ontwikkelingsbedreigingen dan heeft dat zijn weerslag op het totaal. Wij geloven daarom dat hulp alleen effectief ingezet kan worden wanneer ze aansluit op de leefwereld (thuis, school, wijk) van het kind en het kind en zijn gezin worden ondersteund vanuit één plan.

Wanneer een kind intensieve ondersteuning nodig heeft en niet naar het regulier onderwijs kan, is er het speciaal onderwijs. Door het samenwerkingsverband Onderwijscollectief VPR wordt geraamd dat in 2020 65-70% van de leerlingen die deelnemen aan een vorm van speciaal onderwijs daarnaast ook ondersteund wordt met (geïndiceerde) jeugdhulp. Voor deze kinderen zien we dat er in de praktijk nog niet altijd sprake is van één plan en vindt de hulp niet altijd in de nabijheid plaats. Reden om de verbinding tussen onderwijs en jeugdhulp, met name voor deze kinderen te versterken.

In lijn 3 van Kinderogen gaan we daarvoor het volgende doen:

  • De routes naar hulp maken we laagdrempelig door ze te verduidelijken en samen op te trekken in het arrangeren van passende hulp.
  • Geleidelijk aan vernieuwen we het hulpaanbod passend bij de behoeften van de kinderen van het speciaal onderwijs. Hulp die past bij het ‘gewone’ leven en die oog heeft voor de talenten en krachten van kinderen.

We zijn deze programmalijn gestart met het verzamelen van data. Op deze manier brengen we cijfers en ervaringen uit de praktijk bij elkaar. Vervolgens gaan we met de betrokken partners (speciaal onderwijs, samenwerkingsverband, lokaal teams, gemeenten en aanbieders) kijken waar in de bovenstaande twee lijnen kansen liggen. Moeten we zaken anders organiseren, moeten we meer of juist minder doen? En om te eindigen met het meest belangrijke, we gaan ouders van het speciaal onderwijs spreken. Hun ervaringen moeten het vertrekpunt zijn  om met elkaar te leren hoe we dingen beter kunnen doen zodat de kinderen van het speciaal onderwijs passende hulp hebben.